Kwaliteit van zorg onderbouwen: een dans met data

 in Blog

Dinsdag 9 oktober organiseerde Dutch Hospital Data (DHD) in Utrecht het symposium ‘Op weg naar het nieuwe onderhandelen’. Met als voornaamste doelgroep ziekenhuispersoneel dat verantwoordelijk is voor de contractering door de zorgverzekeraars. Ik ging erheen met twee vragen:

  1. In hoeverre speelt kwaliteit van zorg een rol in het onderhandelingsproces tussen ziekenhuis en verzekeraar?
  2. Welke kwaliteitsdata gebruiken ziekenhuizen in de context van hun gesprekken met de zorgverzekeraars?

Zorgkosten bezorgen zorgverzekeraars kopzorgen

Wout Adema van Zorgverzekeraars Nederland trapte de dag af. Zijn boodschap was luid en duidelijk: op plek 1, 2 en 3 van onze prioriteitenlijst staat het betaalbaar houden van de zorg. Want het koekoeksjong van de zorg eet op termijn alle ruimte in de collectieve uitgaven op. En onbetaalbare zorg is niet meer solidair verzekerbaar.

Waarom stijgen die zorgkosten zo snel? ZN constateert dat Nederlanders gezond zijn en lang leven, maar tegen hogere kosten dan in ons omringende landen. Aan langdurige zorg geven we het meeste uit van heel Europa. Een echte verklaring geeft Adema niet.

Kostenbewustzijn kan beter. Bij het ziekenhuis en bij de consument. De ziekenhuizen kunnen meer doen om hun prijs-kwaliteitverhouding helder te maken. Voor een goede, betaalbare fles wijn fiets je graag een stukje om. Maar dan moet je wel weten waar die wijn te koop is. De consument moet zichzelf tegelijkertijd in de spiegel kijken: voor omfietswijn zetten we wel een stapje extra, maar voor zorg reizen we liefst zo min mogelijk.

Bij gebrek aan goed vergelijkbare data over kwaliteit, houden de zorgverzekeraars de prijzen over als enig drukmiddel om de zorgkosten onder controle te houden. ZN vraagt aan de zaal vol ziekenhuisvertegenwoordigers: zien we onze jaarlijkse onderhandelingen nou als een krachtmeting of doen we die met vereende krachten? Een cliffhanger met data als middelpunt.

Ziekenhuizen kunnen prestaties onderling vergelijken

Want, zeggen DHD en Limburgs ziekenhuis VieCuri, de zorgverzekeraar komt steeds beter beslagen ten ijs in de onderhandelingen. Als ziekenhuis moet je daar wel je eigen data tegenover kunnen stellen. In de tools van DHD, dat tien jaar geleden is opgericht door en voor de ziekenhuizen, is steeds meer data beschikbaar.

Hoewel ieder ziekenhuis bijdraagt aan DHD, levert niet elk ziekenhuis data aan. Ongeveer driekwart doet dat wel. Hierdoor kan een ziekenhuis zijn eigen prestaties vergelijken met die van ongeveer 70 andere. Benchmarking kan rond opnames, verrichtingen, patiëntkenmerken (zoals leeftijd en sociaaleconomische klasse), diagnoses en complicaties, en verkoopprijzen van DBC’s en geneesmiddelen.

DHD zorgt, bijvoorbeeld via eigen thesauri, voor eenduidige vastlegging, want zoals zij zelf zeggen: data kunnen vergelijken begint bij eenduidig vastleggen. DHD begint bij de bron: de specialist. Hun diagnoselijst (bovenop Snomed en gekoppeld aan ICD10) komt terug in de interface van de EPD’s waarin artsen hun registraties doen. Medische terminologie is hierin trouwens leidend. Er is nog geen koppeling met de taal van de patiënt.

Hoewel deze data nuttig zijn in de onderhandelingen, zitten er nog wel een hoop mitsen en maren aan:

  • Niet alle data is even geschikt om kwaliteitsverschillen tussen ziekenhuizen inzichtelijk te maken. En niet elk ziekenhuis kan er even goed chocola van maken.
  • DHD-data is ziekenhuisdata, terwijl de trend vanuit Juiste Zorg op de Juiste Plek vraagt om méér, namelijk data uit het hele zorgpad van een patiënt.
  • De beweging naar uitkomstgerichte zorg vraagt om koppeling van DHD-data aan klinische uitkomsten, via het EPD en PROMs, en patiëntervaringen vanuit PREM.

Niet alle data is even geschikt voor vergelijking

Wat betreft nuttige vergelijkingsdata was Hein Muller, oud-internist en toezichthouder, duidelijk: allerlei indicatoren die in het kader van de transparantiekalender worden verzameld, kunnen kaf niet van koren scheiden en worden niet gebruikt in de onderhandelingen tussen ziekenhuis en zorgverzekeraar.

Hij vindt de indicatoren vanuit de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd beter geschikt. De IGJ neemt de moeite om die regelmatig te herijken. Maar het meest geschikt vindt Muller uitkomstindicatoren, zoals wondinfecties, heropname, sterfte. En hij houdt een warm pleidooi voor meer dossieronderzoek.

Verschillende deelnemers vulden hierop aan met de oproep om meer te leren van elkaar over wat je nou met bepaalde data hebt gedaan, in plaats van nog meer data te verzamelen. Hebben we niet een hele andere interpretatie gegeven aan dezelfde data? En welke data heb je nodig om strategische beslissingen te nemen in plaats van alleen de bedrijfsvoering te verbeteren?

Uitkomstgerichte aanpak vraagt andere bekostiging

Sander Hofstede van het Erasmus MC vertelde hoe zij uitkomstgerichte zorg gaan insteken. Zij zoeken mogelijkheden voor schaalvergroting behalve in het fysieke (meer mensen in minder gebouwen), ook in regionale netwerkgeneeskunde gekoppeld aan een concrete aandoening. Onder het motto de juiste zorg op élke plek.

Op Wereld Beroertedag (29 oktober) presenteren zij een nieuwe aanpak en bekostiging van de zorg aan cva-patiënten. Alle partijen die zorg leveren aan deze mensen, inclusief revalidatie- en thuiszorg, werken samen in één managementteam en sluiten één contract af met de deelnemende zorgverzekeraar, waardoor investeren in kwaliteit loont voor alle betrokkenen. Value Based Payment, noemt het Erasmus dat.

Dit cva-plan heeft heel veel energie gekost. Hofstede heeft veel, met name juridische, barrières moeten slechten om kwaliteitsindicatoren uit de ketens te kunnen uitwisselen. Veel mag niet en transparantie lijkt eng. En dan heeft hij zich nog beperkt tot bestaande data, om geen nieuwe registratielast te creëren.

Bij Juiste Zorg op de Juiste Plek hoort dus ook een nieuwe vorm van financiering. Wat dat betreft ontging de zaal de ironie niet dat de overheid aparte hoofdlijnenakkoorden afsluit met ziekenhuizen, geestelijke gezondheidszorg en huisartsen. Hopelijk heeft het Erasmus MC het ijs gebroken. Goed voorbeeld doet volgen?

Onderhandelen over kwaliteit? Met welke data?

Wat zijn nu, samenvattend, de antwoorden op de vragen waarmee ik naar het symposium kwam?

  1. In hoeverre speelt kwaliteit van zorg een rol in het onderhandelingsproces tussen ziekenhuis en verzekeraar?
    De discussie over het betaalbaar houden van de zorg overschaduwt de discussie over betere kwaliteit. Ze worden gezien als losse aspecten. Terwijl bijvoorbeeld Muller wetenschappelijk onderzoek aanhaalde waaruit blijkt dat hogere kwaliteit zorg, ook tot lagere kosten leidt. Om tot die hogere kwaliteit (ook vanuit patiëntperspectief) te komen moet er meer samengewerkt worden en zou de discussie over de financiering ook ‘ontschot’ gevoerd moeten worden. Het cva-traject van het Erasmus MC verdient navolging.
  2. Welke kwaliteitsdata gebruiken ziekenhuizen in de context van hun gesprekken met de zorgverzekeraars?
    Ik heb in het DHD-dashboard vooral medische en demografische data gezien op basis waarvan ziekenhuizen en zorgverzekeraars gesprekken kunnen voeren. Er wordt meer data (verplicht) verzameld dan daadwerkelijk gebruikt in de discussie. De meningen zijn verdeeld over welke data het meest onderscheidend zijn. Hoe de patiënt de kwaliteit ervaart, staat niet bovenaan de prioriteitenlijst. Dat moet snel anders, want Juiste Zorg op de Juiste Plek draait uiteindelijk om de patiënt.

Doe met ons mee en geef het goede voorbeeld

Bij Mediquest geloven we ook dat betere kwaliteit zorg tot lagere kosten leidt. We vinden dat het perspectief van de patiënt een onlosmakelijk onderdeel is van deze ambitie. En we begrijpen dat nieuwe vormen van bekostiging nodig zijn om tot kwalitatief hoogstaande én goedkopere zorg te komen. Twee initiatieven waarin we dat samen met onze partners laten zien:

  • Met NL Healthcare Clinics en een grote zorgverzekeraar ontwikkelen we beslisondersteuning om zorg bij heup- en knie-artrose te verschuiven naar de juiste plek: orthopeed of fysiotherapeut? Vanuit met data onderbouwd inzicht in de patiënt, bepalen we gezamenlijk welke aanpak het beste is voor wie. Niet bij iedereen gaat opereren automatisch de gewenste uitkomst bieden. Om ongewenste financiële prikkels weg te nemen, wordt de artrosebehandeling als bundel geprijsd.
  • Met een andere zorgverzekeraar bekijken we hoe patiënttevredenheid een plek kan krijgen in het inkoopproces van onder andere hulpmiddelen bij slaapapneu. De insteek is om patiëntdata over effectiviteit en gebruikservaring, te koppelen aan het tarief. Met leveranciers waar patiënten tevreden over zijn, kunnen andere afspraken gemaakt worden dan met slechter presterende concurrenten. Zo wordt kwaliteit beloond en geeft de stem van de patiënt daarin de doorslag.

Goede voorbeelden verdienen navolging en opschaling, werd tijdens het DHD-symposium herhaald. Wij hebben er genoeg. Doet u mee?

Dit zou u ook kunnen interesseren